“Internet der Dingen wordt grote weblek”

Slimme meters

‘Slimme’ meters maken ook deel uit van het snel groeiende Internet der Dingen

Het Amerikaanse webbeveiligingsbedrijf Proofpoint heeft voor het eerst geconstateerd dat het Internet der Dingen (het web van apparaten) is misbruikt door onverlaten om zooi te versturen. Het zou gaan om 750 000 kwaadaardige e-berichten die zijn verzonden door meer dan 100 000 ‘slimme’ apparaten als routers, tv’s, beveiligingscamera’s of multimediakastjes, maar ook bewerkingsmachines. Tenminste een ‘slimme’ koelkast is al als ‘boosdoener’ gebruikt. De ontwikkeling gaat in de richting van steeds meer verbonden apparaten. In de nabije jaren zullen er veel meer zogenaamd slimme apparaten aan het web hangen dan computers. Omdat de beveiliging van dergelijke apparatuur weinig prioriteit heeft, lijkt het er op dat er een groot lek op het web zal ontstaan via het Web der Dingen.
Lees verder

NSA kaapte zo’n 100 000 computers

De op opspraak geraakte Amerikaanse veiligheidsdienst NSA installeerde kwaadaardige programmatuur op 100.000 computers over de hele wereld, aldus de New York Times. Daardoor waren Amerikaanse spionnen in staat de gebruiker te bespieden, maar konden ze die computers ook inzetten voor cyberaanvallen. De NSA gaf die operatie de codenaam ‘Quantum‘ en bestempelde die als actieve verdediging. Steeds meer gaat het er op lijken dat wat de NSA deed niet eens meer te vergelijken is met het gebruik van olifantenmunitie op een mug. De peperdure afluister- en ontregelingsacties hebben, blijkens een recent rapport, nauwelijks resultaat opgeleverd. Lees verder

Mensen op web in de minderheid

webverkeer 2013Mensen zijn in de minderheid op internet. Minder dan 40% van het verkeer op het wereldwijde web is menselijk. Vorig jaar was dat iets minder dan de helft. De webbbots als  Bingbot of  Googlebot en andere geautomatiseerde systemen nemen het meeste verkeer voor hun rekening, zo valt te lezen in een recent report van het Amerikaanse webbeveiligingsbedrijf Incapsula. Volgens de auteur Igal Zeifman van Incapsula is het merendeel van het gegroeide botbezoek niet afkomstig van e-krakers en andere onverlaten maar van, wat hij noemt, goede webbots. De webbots van Google en Bing (Microsofts zoekmachine) schaart hij daaronder. Die zijn constant op zoek naar nieuwe webstekken. Lees verder

Microsoft gaat webmisdaad te lijf

De Amerikaanse onderneming Microsoft is bezig met het opzetten van een eigen webmisdaadcentrum. Het bedrijf is waarschijnlijk vooral geïnspireerd door de onthullingen van klokkenluider Edward Snowden over de massale afluisterpraktijken van de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA.. Microsoft zou dat doen in het algemeen belang, de goeierd, maar ook om het eigen blazoen op te poetsen, dat wat dof is geworden door berichten dat Microsoft met de NSA heeft samenwerkt.
Volgens een recente studie van webbeveiligingsbedrijf IDC, zou een op de drie pc’s besmet zijn met kwaadaardige protuur. Microsoft wil met de nieuwe afdeling allerlei webongerief onmogelijk maken, zoals kinderporno, virussen, inbreuken op het eigendomsrecht.  Er moeten in Redmond (Washington) 110 mensen komen te werken.

Bron: Futura-Sciences

Syriës elektronisch leger slaat weer toe in Witte Huis

Het Syrische elektronische leger, een groep e-krakers die het Assad-regime steunt, heeft gister naar eigen zeggen de Facebook- en Twitter-profielen van VS-president Barrack Obama gekraakt. Zo is er een tijdje een koppeling op geplaatst met een YouTube-filmpje over de ‘Syrische waarheid’, waarop is te zien dat de rebellen en niet Assad in Syrië de misdadigers zijn. Zondag meldde het ‘leger’ al de stek barackobama.com, bedoeld voor donaties voor de campagnes van Obama, te hebben gekraakt. Het zou ook toegang hebben gehad tot de e-mailberichten van leden van de Obama-campagnegroep. Als bewijs is een bericht van campagnemedewerkster Suzanne Snurpus getoond. Het Syrische elektronische leger heeft eerder al de verantwoordelijkheid opgeëist voor aanvallen op de Twitterprofielen van enkele Angelsaksiche media zoals The Financial Times, BBC en het persagentschap AP. Twee maanden geleden kraakten ze de stek van The New York Times, waardoor die uren niet meer bereikbaar was.

Bron: Le Monde

Google Ideas helpt dissidenten aan vrij internet

Jared Cohen op een foto uit 2011 (foto: Wikicommons)

Jared Cohen op een foto uit 2011 (foto: Wikicommons)

Google is ooit eind vorige eeuw begonnen als idealistische organisatie, maar ondanks dat het inmiddels een groot kapitalistisch miljardenbedrijf is geworden, heeft Google hier en daar nog wel wat idealistische trekjes. Google Ideas, drie jaar geleden opgericht, zou daar een voorbeeld van kunnen zijn, een deel ervan, tenminste. De denk-/doetank van de webreus heeft onlangs een aantal toepassingen de wereld in gestuurd, die bedoeld zijn om mensen die leven in onvrije samenlevingen toch altijd een veilige toegang tot internet te geven of die beschermen tegen massawebaanvallen. Die onvrije landen, zoals China, Iran en Noord-Korea, hebben er een handje van dikke filters op het wereldwijde web te zetten, om maar te voorkomen dat hun burgers de werkelijkheid naar buiten kunnen brengen. Lees verder

Vijf manieren om een bank te beroven via het web

BankroversEerder dit jaar wandelde een man in Noord-Londen bij een filiaal van Barclays naar binnen en stal £1.3 miljoen (ruim € 1,5 miljoen) zonder een bankbiljet te hebben aangeraakt. Hij stelde zich voor als it-monteur en installeerde een apparaatje om het bedragje elektronisch te kunnen incasseren.  Geen gedoe meer met pistolen, maskers en gegijzelden. Lees verder

Is een weboorlog onwaarschijnlijk?

Het boek van Thomas Rid

Het boek van Thomas Rid

De Britse onderzoeker Thomas Rid stelt in een commentaar in het Britse populair wetenschappelijke blad New Scientist dat het zeer onwaarschijnlijk is dat er oorlog op het web komt. Hij schreef dat commentaar naar aanleiding van het uitkomen van zijn boek Cyber war wil not take place. Zo’n 20 jaar geleden verklaarde de Amerikaanse denktank Rand Corporation dat de weboorlog er aan zou komen. In 2005 verklaarde de Amerikaanse luchtmacht klaar voor de strijd te zijn die zij zeker zou winnen, een oorlog in het vijfde domein (na land, zee, lucht en ruimte). De Amerikanen steken er geld in: zo’n 4,3 miljard dollar per jaar voor 231 aanvalsoperaties (2011).
Hoe zou zo’n weboorlog er uit zien? Historisch gezien moet een oorlog gewelddadig (je dient de vijand uit te schakelen), instrumenteel en politiek zijn. Geen enkele webaanval voldoet aan deze drie criteria, stelt  Rid, werkzaam bij de afdeling oorlogsstudies van het King College in Londen. Heel weinige voldoen met moeite aan een van de drie criteria. Er is nooit iemand gewond geraakt bij zo’n aanval, nooit viel een staat een andere staat aan. Heel zelden werden de aanvallen uitgevoerd door mensen in staatsdienst, zodat een echte oorlog, niet de metafoor, er nooit is geweest en er zeer waarschijnlijk ook nooit zal komen.

Dat wil niet zeggen dat er geen webaanvallen plaatsvinden. We kennen het verhaal van de aanval die de VS en Israël uitvoerden met de computerworm Stuxnet om het atoomverrijkingsprogramma van Iran te dwarsbomen. Je kunt de levering van elektra of van water verstoren via computer, maar dat zou volgens Rid nog nooit zijn gebeurd. Is dat oorlog, vraag hij zich dan af of eerder sabotage of spionage? Dat lijkt dan meer een woordenspel. Als je er door een inbraak op een computersysteem van een energieleverancier de energielevering in een land kan stilleggen, dan zou je dat toch als een uiterst effectieve manier van oorlogvoeren kunnen zien. Daar heb je geen soldaten met geweren voor nodig, die ook nog eens het risico lopen gedood te worden.
Webaanvallen zijn, geeft hij toe, niet ongevaarlijk. Computersystemen sturen van alles en nog wat dat in onze hedendaagse maatschappij als onmisbaar wordt beschouwd zoals gasleidingen, trein- en vliegverkeer, chemische installaties, liften en medische apparaten. Onze maatschappij is daar in toenemende mate van afhankelijk en dus steeds kwetsbaarder. Toch, zegt Rid, is het aantal ‘gewelddadige’ computeraanvallen tegen westerse doelen nul. Waarom? Omdat zo’n aanval lastiger is dan ie er uit ziet, zegt hij. Regelsystemen voeren vaak zeer specifieke taken uit. Dat beperkt de mogelijkheden van de aanvaller en zelfs al slaagt de aanvaller er in een specifiek systeem aan te vallen, dan zullen die geen groot effect hebben, is zijn redenering.
Spionage is een andere kwestie. Dat gevaar is reëel. Er wordt ingebroken om niet-openbare informatie te achterhalen, maar dat is volgens Rid geen oorlog.
Dan is er nog de mogelijkheid de ‘vijand’ geestelijk te ondermijnen via de sociale media en andere webdiensten. Twitter en Facebook hebben het organiseren van protest makkelijker gemaakt dan ooit, maar ook dat vindt hij geen oorlog.
Computeraanvallen zijn heel wat minder gewelddadig dan het ouderwetse oorlogshandwerk. Natuurlijk, een beetje handige webber kan een webstek platleggen, bestanden wissen en al dat soort ongein. Hij/zij kan ‘achterdeurtjes’ van computers openen, programma’s aanpassen en dergelijke, maar het is allemaal een stuk minder spannend en riskant dan er geheime agenten op uit te sturen om in andere landen clandestiene dingen te doen. Het vorig jaar wilde het Amerikaanse ministerie van defensie een onderscheiding instellen voor droonbedieners en uitvoerders van webaanvallen. De echte soldaten protesteerden heftig toen bleek dat de nieuwe onderscheiding meer waard zou worden dan het bekende Purple Heart. Het plan is geschrapt.
Eigenlijk vindt Rid dat we dat het voorvoegsel cyber of web moet laten vallen. Spionage is spionage. Er zijn mensen die baat, denken te, hebben bij het begrip weboorlog. Een oorlog vereist voorzorgsmaatregelen, geeft het recht acties uit te voeren die in vredestijd niet geaccepteerd zouden worden, onder het mom dat dat goed is voor onze veiligheid. We hoeven hierbij maar aan het afluisterschandaal van de NSA te denken, maar de NSA is zeker niet de enige veiligheidsdienst die zich zoveel brutaliteit meent te kunnen permitteren. De oorlog wordt niet op het web gestreden, is de overtuiging van de oorlogsonderzoeker. Defensie zou zich op de ‘echte’ oorlog moeten concentreren, aldus Thomas Rid. Dat is al moeilijk genoeg, getuige het gehannes van Obama rond de gifaanval in Syrië.

Bron: New Scientist

NSA kiest routers als doelwit

Routers

Routers zijn kwetsbaar

De Amerikaanse veiligheidsdienst NSA houdt zich niet bezig  met het kleine grut, maar richt zijn pijlen op grotere computersystemen in het buitenland, zo meldt het webblad Wired op gezag van de Washington Post. Het jongste bericht van klokkenluider Edward Snowden dat geopenbaard is laat zien dat de dienst niet geïnteresseerd is in losse computers. De NSA speurt naar routers en schakelingen in de infrastructuur van het web, waar beveiliging niet bijzonder waterdicht is.
Het NSA-programma Genie lijkt het vooral gemunt te hebben op netwerken om de communicatielijnen te kunnen volgen en te sturen, zo valt te lezen in de Washington Post. In het totaal ging het in 2011 om 231 aanvallen. Dat betekende niet alleen dat op computers programma’s en bestanden werden geplaatst, maar ook op routers en webtra’s (firewalls). Dan gaat het om tienduizenden machines per jaar. Volgens de krant zouden er plannen bestaan dat aantal uit te breiden naar miljoenen, met als belangrijkste doelwit de routers. Via routers is toegang tot een heel netwerk van computers te krijgen. Het ging daarbij vooral om systemen in China, Rusland, Noord-Korea en Iran, de bekende vijanden van de VS. Toegang tot routers is vooral zo aantrekkelijk omdat die niet voortdurend worden bijgewerkt met de nieuwste beveiligingsprogrammatuur. Het schijnt ook zo te zijn dat de beveiligingssystemen van routers niet melden als er wordt ingebroken in het systeem.

Via de routers valt niet alleen de communicatie af te luisteren, maar ook om die te manipuleren. Zo zouden berichten tegengehouden kunnen worden, de dataroute kunnen worden aangepast of extra (dis)informatie kunnen worden ingelast. Volgens het geopenbaarde document hebben informatici van de CIA en de NSA ‘sjablonen’ om in routers, schakelaars en webtra’s van een bepaald type via een ‘achterdeur’  te kraken. Om in te kunnen breken in een netwerk werd soms door de CIA of militaire inlichtingendiensten ter plekke apparatuur gekoppeld of werden programma’s gewijzigd. Dat klinkt als een spannend, ouderwets spionageverhaal. De NSA schrijft ook aangepaste programmatuur voor specifieke kraakprojecten.

In het verleden is al vaker naar de kwetsbaarheid van routers gekeken. In 2005 ontdekte beveiligingsdeskundige  Mike Lynn kwetsbaarheden in het besturingssysteem Cisco IOS, waarmee miljoenen routers over de hele wereld werken. Het zwakke punt van de toen nieuwe versie van Cisco iOS was dat iemand een worm kon invoeren, waarmee iedere router waar die worm langs kwam kon worden stilgelegd. Ook kon de e-kraker de controle over al het verkeer overnemen, met de mogelijkheid te lezen, op te slaan, te veranderen of simpelweg te voorkomen dat een bericht de geadresseerde bereikt. Nadat de kwetsbaarheid was ontdekt heeft het zes maanden geduurd eer de fout kon worden hersteld. Lynn wilde er op het krakerscongres Black Hat in Las Vegas over berichten, maar Cisco dreigde hem met de rechter. Als Lynn de kwetsbaarheid al kende, dan kun je gevoegelijk aannemen dat er meer waren, met name diensten als de NSA of criminele krakers. Het achterhalen van kwetsbaarheden is een grote sport in de webwereld, waar ook nogal wat geld mee gemoeid is. Je zou zeggen dat als het ‘lek’ eenmaal gedicht is, dat dan snel zijn waarde verliest, maar zolang systeembeheerders hun systemen niet voortdurend bijwerken, zijn die ‘achterdeurtjes’ in een systeem vaak nog jaren te gebruiken. De Conficker-worm, bijvoorbeeld, kon computers nog jaren lang besmetten nadat Microsoft een ‘pleister’ (patch) had gemaakt. Dat routers niet voortdurend worden bijgehouden heeft er mee te maken dat systeembeheerders er op vertrouwen dat hun systeem geen doelwit is of omdat ze bang zijn dat de aanpassingen voor problemen zullen gaan zorgen.

Bron: Wired (foto: Wired)

Veiligheidsdiensten VS hebben meer dan $ 50 miljard te verteren

Zwart geld veiligheidsdiensten

Uitgaven VS voor spionageactiviteiten in 2013. De Amerikaanse veiligheidsdiensten zijn kennelijk beduchter voor verspreiding van wapens (13%) dan voor cyberaanvallen (8%) (afb: Washington Post)

De Amerikaanse veiligheidsdiensten maken zich drukker om massavernietigingswapens (6,7 miljard dollar oftewel iets meer dan 5 miljard euro) dan om cyberaanvallen (4,3 miljard dollar oftewel 3,25 miljard euro), zo blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse krant de Washington Post. De totale uitgaven voor de veiligheidsdiensten in de VS, de zwarte begroting, zou dit jaar 52,6 miljard dollar (rond 40 miljard euro) bedragen. De Amerikaanse belangrijkste geheime diensten hadden alles bij elkaar ruim 107 000 mensen in dienst, waarvan het leeuwendeel (bijna 84 000) bij de CIA met de NSA op de tweede plaats (23 400). Iets meer dan 20 miljard dollar (ruim 15 miljard euro) gaat naar activiteiten die tot doel hebben Amerikaanse overheidsdienaren en burgers te waarschuwen voor gevaren, zowel economische als fysieke. Ruim 17 miljard dollar (bijna 13 miljard euro) is bedoeld voor bestrijding van terrorisme.
Die 52,6 miljard dollar is een stijging sedert 2004 met meer dan 50% voor zowel de CIA als de NSA. De grootste stijger in procenten is echter het spionnagesatelietprogramma met een groei sedert 2004 van 108%. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de uitgaven ten opzichte van vorig jaar iets zijn teruggelopen.

Bron: Washington Post (zie ook Wired)