
De geteste ‘verbonden’ (=lekke) auto’s (afb: Nicole Gerzon et al.)
Hoeveel informatie verspreiden ‘verbonden auto’s’ en hun bijbehorende toepassingen eigenlijk? Autotoepassingen maken verbinding met talloze diensten voor reclame, locatiegegevens en analyse. Niet alleen het voertuig zelf maakt deel uit van het datanetwerk. De bijbehorende (telefoon)toepassingen van de inzittenden vergroten de digitale voetafdruk aanzienlijk en leggen extra verbindingen met diensten anders dan van de autobouwer, constateerden Amerikaanse onderzoeksters.
‘Verbonden auto’s’ en de bijbehorende toeps communiceren veelvuldig met externe diensten. Amerikaanse onderzoeksters analyseerden het netwerkverkeer van 21 voertuigen en 30 toeps en troffen gevoelige identificatiegegevens aan in de datastromen van zeven toeps. Hoewel de resultaten de omvang van deze datastromen blootleggen, hebben ze vooralsnog alleen betrekking op de onderzochte Amerikaanse steekproef.
Moderne auto’s zijn continu verbonden. Navigatiediensten, functies voor toegang op afstand en toepassingen van fabrikanten vereisen een netwerkverbinding. Tegelijkertijd kunnen locatiegegevens, voertuigidentificatiegegevens en andere informatie worden verzonden.
Voor bestuurders is het vaak lastig te achterhalen welke externe diensten bij deze communicatie betrokken zijn. Daar komen dan nog eens de verbindingen die de telefoons van de bestuurder en andere inzittenden bij zich hebben. De 21 verschillende auto’s waren afkomstig van de Amerikaanse markt en de proeven werden tussen oktober 2024 en augustus 2025 uitgevoerd.
Om het verkeer van de voertuigen te meten, leidden de onderzoeksters de wifi-communicatie via een speciaal toegangspunt en registreerde het de bestemmingen van de verbindingen. Bij elf elektrische auto’s werd bovendien een Faradaykooi gebruikt om mobiele signalen te blokkeren. De onderzoeksters konden de inhoud van de datapakketten van de voertuigen echter niet ontsleutelen vanwege volledige versleuteling. Een veel diepgaandere analyse was mogelijk bij de iPhone-toeps, aangezien de onderzoeksters hun eigen certificaten op de testtelefoons konden installeren.
Negentien van de 21 voertuigen maakten via wifi contact met ten minste één externe aanbieder. Bij de toeps werd een nog dichter netwerk van verbindingen waargenomen. Vrijwel alle onderzochte toepassingen legden contact met verschillende externe aanbieders in de reclame- en volgsector. Zeven daarvan stuurden gevoelige persoonsgegevens door naar dergelijke diensten.
Afhankelijk van de toepassing ging het hierbij onder meer om het voertuigidentificatienummer, e-mailadressen, telefoonnummers of nauwkeurige locatiegegevens. Tot de betrokken toeps behoorden HondaLink, Lincoln, MyNISSAN en vier apps van General Motors. De combinatie van verschillende identificatiegegevens is bijzonder relevant, aangezien het hierdoor eenvoudiger wordt om een voertuig en de gebruiker ervan in verschillende contexten aan elkaar te koppelen. “Grote techbedrijven zijn overal aanwezig in de voertuigen waarin we rijden,of ze zich daarvan bewust zijn of niet” zegt Nicole Zagson/Gerzon.
Aanzienlijke toename
De bijbehorende toeps zorgden voor een aanzienlijke toename van het aantal waargenomen contactmomenten. Bij 70% daarvan registreerden de onderzoeksters meer dan vijf verschillende domeinen die verband hielden met reclame, volgen en analyses. Bij de voertuigen zelf lag dit percentage op 29%. Voor de meeste onderzochte auto’s verdubbelde de bijbehorende toep minstens het totale aantal van dergelijke contactmomenten.
Op basis van deze gegevens alleen was het niet mogelijk om precies vast te stellen welke informatie een auto naar een specifiek domein verstuurde. Hoewel de versleutelde verbindingen van voertuigen betrouwbaar inzicht geven in communicatiebestemmingen en -patronen, onthullen ze niet de leesbare inhoud van de verzonden gegevens.
Conclusies over specifieke persoonlijke informatie zijn daarom vooral gebaseerd op het dataverkeer dat kon worden ontsleuteld. “Er zijn bedrijven die niets te maken hebben met de werking van de auto, maar toch informatie over jou ontvangen, zoals welke auto je bezit en soms zelfs je gps-locatie,” zegt medeonderzoeker David Choffnes.
Na de bekendmaking van de onderzoeksresultaten voerde ten minste één fabrikant een concrete wijziging door. Honda verzocht de analysedienst Amplitude om de ontvangen locatiegegevens te verwijderen en paste HondaLink aan, zodat de toep geen geolocatiegegevens meer naar Amplitude verstuurt.
Tegelijkertijd laat het onderzoek zien waarom ranglijsten van de merken met de nodige voorzichtigheid moeten worden bekeken. Het was niet mogelijk om het mobiele netwerkverkeer van elk voertuig rechtstreeks te registreren en de Faraday-tent werd slechts voor elf elektrische auto’s gebruikt. De onderzoeksters omschrijven hun studie uitdrukkelijk als een momentopname. De resultaten van de 21 Amerikaanse voertuigen kunnen niet zomaar worden doorgetrokken naar andere modellen of markten. “Het lijkt er niet op dat een klant een nieuwe auto kan kopen die hem niet volgt,” zegt Sarah Elizabeth Gillespie.
Privacy
Bij de privacybeoordeling is bovendien de informatie die de autofabrikant zelf verwerkt niet doorslaggevend. Het volledige systeem – bestaande uit de auto, de gebruikte toeps, de ingebouwde programmatuur en externe diensten – is hierbij van belang. Uit de metingen blijkt dat extra toeps het aantal potentiële gegevensontvangers aanzienlijk kunnen vergroten en dat consumenten weinig zicht hebben in deze koppelingen.
“We weten eigenlijk niet wat de bedrijven met die gegevens doen, en dat zou duidelijker moeten worden”, zegt Chofffnes. “Dat zou moeten worden geregeld, omdat daar volgens mij een groot risico op schade schuilt.”
Bron: scinexx.de